Een historisch meesterwerk tegen de rotsen geplakt

Voeg je koptekDe route naar Subiaco begon vandaag, 22 augustus, vroeg. Het is nu laat dus ga deze blogpost proberen kort te houden. Vanochtend ging de wekker weer om 6.00 uur. Oef, wat was dat toch weer erg vroeg! Maar goed, ik heb de tijd nodig om om 8.00 uur aan te kunnen rijden – eerder kon ook niet, want de poorten van P4N #146915 (67032) Camping La Panoramica  gaan pas om 8.00 uur open.

Eerst de camping af, dan op weg naar Subiaco

Nadat ik was opgestaan mijn gewone ochtendritueel gevolgd van wassen, tandpoetsen, thee zetten en de aller laatste dingen wegruimen. Alleen kwam daar vandaag bij: de elektriciteitskabel loskoppelen en opruimen, het toilet legen omdat ik nogal ver van de sanitaire voorzieningen zat en hem dus ’s avonds en ’s nachts gebruikte. Tenslotte, als allerlaatste, moest ik het water nog bijvullen. Toen dat allemaal was gebeurd was het even voor achten en dus tijd om van de camping af te rijden. Om na 50m Monty weer even stil te zetten. Want ik moest nog even afscheid nemen van Mona, Helena en Matteo. Helaas was alleen Mona er, dus gevraagd of zij Helena en Matteo de groetjes wilde doen en bedanken voor de fijne tijd. En dus is het nu tijd om aan de route naar Subiaco te beginnen.

Openstaande ijzeren hekken bij het verlaten van Camping La Panoramica in Pescasseroli

Dwars door het leefgebied van de Marsicaanse bruine beer

Om 8.10 uur was ik dan toch echt aan het rijden. De rit naar Subiaco voerde me eerst nog een stuk door het Abbruzzo National Park, een park waar de Apennijnse bruine beer 🐻 in behoorlijk grote aantallen leeft, al zagen Monty en ik ze hier helaas niet. Maar ja, je kunt niet alles hebben toch.

Vandaag was weer een dag die in het teken van mooie landschappen, bergen en rustige wegen stond. Vanaf de bijna allereerste minuut was het landschap langs de route naar Subiaco erg mooi en afwisselend. Het enige wat niet helemaal meezat was het weer. Want het was best wel erg koud. Zeker aan het begin van de dag, 13°C. 

Van grazende koeien naar akkers op het plateau

Wat me opviel was dat het landschap langzaam veranderde van bergachtig naar vlak. Dat kwam omdat de route naar Subiaco hier over een hooggelegen plateau tussen de bergtoppen door ging. Zo konden Monty en ik goed de overgang zien van veeteelt naar landbouw. Want de koeien die op de berghellingen graasden en vrij rondliepen werden steeds minder, terwijl de akkerbouw op het plateau de overhand kreeg.

Van mist naar vergezichten op de route naar Subiaco

Nadat we het plateau verlieten werd het weer bergachtig, maar ook sloeg het weer om. Het werd grijs en mistig. Dat zorgde ervoor dat de mooie panoramische weg waarover we reden helaas letterlijk in de mist opging. Van de panorama’s die we hadden moeten zien, zagen we nu helaas niets 🙁.

Ook de koffie en lunchstop, want het was weer twee in één, hadden Monty en ik tussen de laaghangende mistwolken. Het was dan ook zodanig koud dat ik binnen in Monty ben gaan zitten met de deur dicht. En het was wel heel erg lang geleden dat ik pauze in Monty had vanwege de koude. Toen we weer verder reden begon het zelfs te regenen maar dat duurde gelukkig niet heel erg lang.

Ook de rest van de rit richting Subiaco bleef na de koffie en lunchpauze door bergachtig gebied gaan. En dat ging natuurlijk gepaard met de nodige haarspeldbochten, vergezichten over valleien en leuke dorpjes. Gelukkig was de mist opgelost na de pauze 😊. Je begrijpt dat mijn dag, die al goed was, hierdoor nog beter werd.

En dan staan er ineens wilde zwijnen op de weg

Het gaafste vond ik dat ik ergens, op de route naar Subiaco, op één van die kleine bergweggetjes een familie wilde zwijnen de weg over zag steken. Papa, mama en een stuk of 8 kleintjes. Ik hoop dat ik ze ergens op de film heb gekregen, maar heb het nog niet teruggevonden 😢.

De rit van vandaag eindigt met een klooster als buur

Ons eindpunt voor de rit van vandaag was Subiaco, dat wil zeggen het Monastero di San Benedetto dat ik wilde bezichtigen. Op de parkeerplaats van het klooster konden Monty en ik mooi de nacht doorbrengen. Zogezegd zo gedaan. Net na vieren reden we deze parkeerplaats bij Subiaco: P4N #115844 (00028) Subiaco – 41 Via dei Monasteri op, waar ik Monty op een redelijk vlak stuk heb geparkeerd voor de overnachting.  Daarna eerst even lekker gezeten en wat gedronken. Want het was al best een lange dag geweest.

De fresco’s zitten werkelijk overal

Toen ik wat ontspannen had de GoPro gepakt en door de kloosterpoort naar Monastero di San Benedetto gelopen. Dit historische klooster ligt prachtig tegen een steile rotswand aangebouwd en eenmaal binnen was ik erg onder de indruk van de middeleeuwse fresco’s op alle muren en plafonds. Ook het uitzicht vanaf de kloostermuren was erg mooi. Vanaf de muren kon ik zelfs het laatste stukje van de weg naar het klooster zien die Monty en ik gereden hadden.

Na mijn bezoek aan het klooster nog wat gedronken en uitgerust in Monty. Waarna het tijd werd om aan het avondeten te beginnen. Binnen was het inmiddels behoorlijk warm, want door de zon was Monty ondertussen lekker opgewarmd 😊. Het was dan ook flink zweten, maar het eten smaakte desondanks prima.

De dag zit erop, maar het verslag van de route naar Subiaco nog niet

Na het eten nog wat kleine karweitjes gedaan, nieuws gekeken, GoPro footage op de laptop gezet en nu, zo helemaal aan het einde van de dag, de blog van de route naar Subiaco aan het typen. Maar voor nu vind ik het wel mooi geweest, want het is inmiddels 22.15 uur. En de wekker gaat morgen weer gewoon om 6.00 uur. Tijd dus om naar bed te gaan.

Welterusten 😴!

Kort info stukje: de Marsicaanse bruine beer en het Parco Nazionale d’Abruzzo

Marsicaanse bruine beer in het gras naast een jonge den in het Parco Nazionale d'Abruzzo.
Fotocredit: Bruno D'Amicis / Wild Wonders of Europe via All for Nature.

Waarom bescherming hier zo belangrijk is

De Marsicaanse bruine beer (Ursus arctos marsicanus) is het symbool van het Parco Nazionale d’Abruzzo. Daarmee staat de beer voor de natuur en biodiversiteit die het park wil beschermen. De soort is bovendien kwetsbaar, omdat er nog maar zo weinig van zijn. Deze kwetsbaarheid heeft onder andere te maken met het feit dat deze dieren grote leefgebieden nodig hebben. In die leefgebieden zijn ze afhankelijk van voldoende voedsel en rust. Dus als je de soort wil beschermen, moet je niet alleen het dier beschermen, maar ook zijn leefgebied. Zo staat de Marsicaanse bruine beer niet alleen voor één diersoort, maar ook voor de bredere natuurbescherming van het park.

Van beer tot wolf en gems

De Marsicaanse bruine beer is niet het enige bijzondere dier dat je in het park kunt tegenkomen. Ook de Apennijnse wolf leeft hier en trekt door verschillende delen van het park, van de bossen tot de hoger gelegen graslanden. Vooral hoger in de bergen vind je de Apennijnse gems, die bij veel sneeuw juist de bosgebieden opzoekt. In de bossen en op open plekken van het Parco Nazionale d’Abruzzo leven daarnaast edelherten, reeën en wilde zwijnen.

Natuurlijk wonen er ook veel vogels in het nationale park, waaronder de steenarend, havik en slechtvalk. De steenarend is de meest bijzondere roofvogel in het park, met ongeveer vijf paartjes. Het is ook meteen de grootste roofvogel van het Parco Nazionale d’Abruzzo, met vleugels die een spanbreedte hebben van meer dan twee meter. Je kunt de steenarend boven de bergkammen, valleien en bergtoppen in het park tegenkomen.

500 hectare was nog maar het begin

Het begon allemaal op 2 oktober 1921 bij Opi. De Federazione Pro Montibus et Silvis uit Bologna huurde daar 500 hectare van de Costa Camosciara om het gebied te beschermen. Daarmee was de eerste beschermde kern van het latere Parco Nazionale d’Abruzzo ontstaan. In november 1921 werd daarom het Ente Autonomo Parco Nazionale d’Abruzzo opgericht.

Eén man met een groot plan

Een jaar later, in 1922, kwam Erminio Sipari in beeld. Hij was voorzitter van het voorlopige bestuur en speelde een belangrijke rol bij de oprichting van het nationale park. Op 9 september 1922 werd het beschermde gebied in Pescasseroli uitgebreid tot 12.000 hectare. Een paar maanden later volgde de officiële erkenning door de Italiaanse staat.

Van beschermd gebied naar 50.500 hectare

In de jaren daarna bleef het park groeien. Het beschermde gebied werd meerdere keren uitgebreid en beslaat inmiddels ongeveer 50.500 hectare. Het park ligt verspreid over Abruzzo, Lazio en Molise. Daardoor is het landschap heel verschillend. Je vindt er hoge bergen en bossen, maar ook valleien en bergmeren zoals het Lago di Barrea.

Kort info stukje: Monastero di San Benedetto

Eerste blik op Monastero di San Benedetto boven de bomen tegen de rotswand langs de SP45A tijdens de route naar Subiaco.

Drie jaar alleen in een grot

Het Monastero di San Benedetto, ook wel het Sacro Speco genoemd, ligt tegen de rotswand van de Monte Taleo bij Subiaco. De komst van Benedictus van Nursia ligt aan het begin van het klooster zoals we het nu kennen. Aan het begin van de 6e eeuw verliet Benedictus Rome, omdat hij zich wilde terugtrekken uit het gewone leven en zich wilde richten op gebed en bezinning.

In de omgeving van Subiaco zocht hij een plek waar hij in alle eenzaamheid als kluizenaar kon leven. Deze plek vond hij in een kleine natuurlijke grot in de rotswand van de berg Monte Taleo. Hier leefde Benedictus volgens de overlevering drie jaar in volledige afzondering.

Wist je dat…

Hij daar niet zat zonder hulp. Een monnik, Romano, bracht hem voedsel. Hij liet een mand met eten aan een touw vanaf de rots naar beneden zakken. Op deze manier kon Benedictus in zijn grot blijven zonder zijn leven als kluizenaar op te geven.

Van kluizenaar naar kloosterstichter

Na zijn tijd als kluizenaar kwamen mensen naar hem toe die ook als monnik wilden leven. Zo kreeg Benedictus leerlingen om zich heen en stichtte hij verschillende kloosters.

Voor deze kloostergemeenschappen schreef hij de Regel van Benedictus. Hierin beschreef hij onder andere wanneer monniken moesten bidden en werken, hoe ze samen moesten leven en hoe ze met persoonlijke bezittingen om moesten gaan. Ook beschreef hij welke rol de abt als leider van het klooster had. Deze regel werd later de basis voor het leven van veel westerse monniken.

Benedictus van Nursia en zijn wonderen

Na zijn dood werd Benedictus als heilige vereerd. Over zijn leven werden later ook verhalen over wonderen opgeschreven. Zo zou hij een vergiftigde beker met een kruisteken hebben gebroken. Een ander wonder zou zijn dat hij een overleden monnik weer tot leven zou hebben gewekt.

De grot waarin Benedictus als kluizenaar had geleefd, kreeg daardoor een belangrijke betekenis voor gelovigen. In de eeuwen daarna ontstond hier langzaam het klooster dat er nu ligt.

Gebouwd tegen de rots

De grot van Benedictus vormt nog steeds het hart van het kloostercomplex. Dat komt doordat in de verschillende perioden kerken, kapellen, gangen en andere ruimtes rond de grot gebouwd zijn. Doordat alles tegen de rotswand is aangebouwd, liggen er twee kerken boven elkaar en wordt het complex op sommige plekken door hoge bogen gedragen. Op sommige plekken is de rots zelf de vierde wand.

Aan de buitenkant zie je dan ook geen gebouw met één duidelijke bouwstijl. Het klooster is in zoveel verschillende perioden gebouwd en uitgebreid dat de romaanse en gotische bouwstijlen door elkaar heen lopen.

De romaanse bouwstijl is bijvoorbeeld te herkennen aan baan de ronde bogen. Terwijl je de Gotische bouwstijl terug ziet in spitsbogen en kruisribgewelven. De benedenkerk kreeg in de 13e eeuw een strakke indeling met vierkante en rechthoekige gewelfde ruimtes naar de bouwtraditie van de cisterciënzers.

Waarom staan alle muren vol fresco’s?

Ze staan er niet alleen alleen om de kerken mooier te maken 😉. Maar omdat in de middeleeuwen veel mensen niet konden lezen en omdat de kerkdiensten in het Latijn waren. De schilderingen maakten daarom Bijbelse verhalen en het leven van heiligen zichtbaar. In het Monastero di San Benedetto zie je onder andere scènes uit het leven van Christus, Maria en Benedictus.

Romeinse en Sienese fresco’s

De belangrijkste fresco’s werden in de 13e en 14e eeuw geschilderd, waarbij verschillende schilderscholen zichtbaar zijn. De Romeinse schilderschool, uit de 13e eeuw, werkte met duidelijke contouren en relatief vlakke figuren. De Sienese school daarentegen, uit de 14e eeuw, is verfijnder. Hierdoor kregen de figuren meer elegante vormen en werden de gezichten zachter uitgewerkt.

Het klooster Monastero di San Benedetto vertelt door al deze ontwikkelingen niet alleen het verhaal van Benedictus. De grot, de middeleeuwse bouwkunst en de fresco’s laten samen zien hoe deze plek door de eeuwen heen veranderde.

Mis Niets!

Meld je aan voor de nieuwste updates!

Contactformulier:

Mis Niets!

Meld je aan voor de nieuwste updates!

Deze website gebruikt cookies

Wij gebruiken cookies om uw ervaring op deze website te verbeteren. U kunt zelf kiezen welke soorten cookies u wilt toestaan en uw voorkeuren op elk moment wijzigen. Het uitschakelen van cookies kan invloed hebben op uw gebruikservaring op deze website. Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid.